Echografisch onderzoek

Echografie is een techniek die gebruik maakt van geluidsgolven met een hoge frequentie (ultrasound). Deze verplaatsen zich door het lichaam en reflecteren op grensvlakken tussen zachte en hardere structuren. Op deze manier is het mogelijk om organen in beeld te brengen. Er kan inzicht verkregen worden op de grootte, structuur en de eventuele pathologische afwijkingen ervan.

Water of vocht reflecteren geen geluidsgolven en wordt zwart (anechogeen) weergegeven op het echobeeld. Lucht of bot reflecteren bijna alle geluidsgolven en wordt wit (hyperechogeen) weergegeven op het echobeeld. Om deze reden kan er geen beeld gevormd worden van lucht houdende organen, botstructuren of van de weefsels die hier achter liggen. Voor deze structuren zijn röntgenbeelden nodig.

De volgende weefsels en structuren kunnen in beeld worden gebracht door middel van echografie:

Pezen en spieren

Borst

  • Hart
  • Longen
  • Tumoren en vocht

Buik

  • Buikorganen
  • Lymfeknopen
  • Maagwand
  • Prostaat
  • Blaas
  • Baarmoeder
  • Tumoren en vocht

Echocardiografie

Bij echocardiografie spreken we over het maken van een hartecho. Tijdens de hartecho wordt onder andere gekeken naar:

  • De dikte en de werking van de hartspier.
  • De snelheid van de bloedstroom in de grote vaten.
  • De werking van de hartkleppen.

Tijdens het maken van de hartecho wordt er gebruik gemaakt van Doppler-echografie. Doppler-echografie geeft de beweging van deeltjes, in dit geval bloedcellen, weer in snelheidspieken of in kleur. Op deze manier kan onderscheid gemaakt worden tussen bloedvaten en andere structuren. Slechte bloeddoorstroming door dichtdrukken van vaten of klontjes kunnen op deze manier in beeld gebracht worden. Vernauwing van uit het hart vertrekkende bloedvaten en lekkende kleppen kunnen op deze manier ook worden opgespoord.