Interne geneeskunde

De internist houdt zich bezig met problemen van de inwendige organen zoals:

  • Afwijkingen van de inwendige organen (hart, longen, lever, milt, nieren, maag-darmkanaal en de alvleesklier)
  • Neurologische afwijkingen
  • Afwijkingen van het bloed
  • Afwijkingen van het immuunapparaat en infectieziekten
  • Tumoren
  • Hormonale afwijkingen

Een Europees Specialist Interne Geneeskunde heeft na de opleiding tot dierenarts, nog een aanvullende opleiding gevolgd van 4 jaar en afgesloten met een Europees examen. Tijdens deze aanvullende opleiding heeft hij of zij zich gespecialiseerd in de Interne Geneeskunde. Om de kennis van Europees specialisten te waarborgen moeten zij zich iedere 5 jaar opnieuw re-certificeren om de titel specialist te mogen behouden.

Bij neurologische problemen is er een overlap met de orthopedie/neurochirurgie.

Na een grondig onderzoek naar de ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek van het dier zal er vaak aanvullend onderzoek gedaan worden. Hierbij kan gedacht worden aan bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje), röntgenonderzoek of endoscopie. Vaak kan het nuttig zijn dat de internist en echo-specialist een patiënt samen onderzoeken om bijvoorbeeld gericht biopten te kunnen nemen.

Bij endoscopie wordt (onder narcose) met een kleine camera in longen, slokdarm, maag of darm gekeken. Meestal om het slijmvlies te inspecteren en biopten te nemen.
Maar soms om ingeslikte vreemde voorwerpen te verwijderen zoals in de slokdarm vastgelopen kauwbotten, vishaken, naalden, barbecue prikkers, speelgoed, stukken tennisbal etc.


Scopieën